© René Franquinet (2012-2016)    Ontworpen in Serif WebPlus     info@questionit.nl


Question it
Question it

Informatica, wie weet wat het is?  (3)


(apr. 2011)

In de vorige twee blogs heb ik al wat cijfers genoemd die te maken hebben met de CODI-opleiding waar het merendeel van de informaticadocenten rond de eeuwwisseling zijn bevoegdheid aan te danken heeft. Er waren destijds 304 mannen en 32 vrouwen bij betrokken. Deze verhouding is heel typisch: ongeveer 1 op 11. Diezelfde verhouding zie je tussen mannen en vrouwen in hogere ict-opleidingen en –beroepen. Die ratio is in Nederland bedroevend hoog. Ze ligt in de ons omringende landen en zeker in de Scandinavische lager. Vaak zag en zie je zo’n verhouding ook terug in de klas: 1, 2 of 3 meisjes op 20 leerlingen. Informaticadocenten die me meedeelden dat de helft van een of meer van hun klassen uit meisjes bestonden, waren er weinig. Ik moet natuurlijk voorzichtig zijn met zulke uitspraken, want het kan heel goed zijn dat het de laatste tijd beter gaat. Hopelijk zal die verhouding dus evenwichtiger worden, omdat ze ook te maken heeft met de veelzijdigheid die informatica als vak vertegenwoordigt.

Van de opgeleide docenten waren er bij aanvang 191 eerstegraads en 145 tweedegraads. Ook dit is een bijzonder verschijnsel: je hoopt dat je eerstegraadsdocenten informatica kweekt uit een vijver van eerstegraads- en tweedegraadsdocenten van allerlei vakken (zie blog 2). Waarom benadruk ik dit verschijnsel? Niet zozeer omdat ik niet geloof dat je van tweedegraadsdocenten eerstegraads kunt maken, maar omdat dit blijkbaar in de filosofie van het opleidingsconsortium gelegen moet hebben. De NLT-commissie moet in haar uitgangspunten ten aanzien van het nog nieuwere vak NLT andere uitgangspunten gehad hebben. De informatica-opleiding duurde twee jaar en moest gedurende die twee jaar één dag per week gevolgd worden. Ik tel daarbij niet de uren/dagen dat aan zelfstudie besteed moesten worden. Ik meen dat 32 studiepunten gerealiseerd moesten worden, terwijl er oorspronkelijk 40 gepland waren. Door de gewoonlijk drukke werkzaamheden die een fulltime doorsnee-docent op school heeft, werd de studie in het algemeen als zwaar ervaren. Ik verkeerde zelf in de gelukkige omstandigheid dat ik een aantal jaren eerder mijn fulltime-baan in het VO omgezet had in een parttime-baan van 2/3 fte. Daardoor had ik meer studieruimte. Ik heb de studie misschien daarom niet als zwaar ervaren en vond zelfs dat het behalen van een eerstegraadsbevoegdheid op deze basis een makkie was.

In mijn volgende blog nog meer getallen, deze keer uit een enquête die ik in juni en juli van vorig jaar via mijn Vereniging i&i onder informaticadocenten heb afgenomen. De enquête was vooral gericht op de huidige stand van zaken van het vak.

deel 4