© René Franquinet (2012-2016)    Ontworpen in Serif WebPlus     info@questionit.nl


Question it
Question it

Informatica, wie weet wat het is?  (4)


(mei 2011)

We waren niet de jongsten toen we begonnen aan de cursus eerstegraadsdocent informatica. De gemiddelde leeftijd van de cursisten bij aanvang van de CODI-opleiding was 43 jaar.  Het Consortium Omscholing Docenten Informatica moet destijds wel heel optimistisch geweest zijn wat de vervanging van de ongeveer 330 docenten betreft. Gemiddeld is de groep nu zo’n 53 jaar. Ik weet niet hoeveel er nog over is van het opgeleide aantal, maar ik weet zeker dat de informaticadocenten die het onderwijs inmiddels hebben verlaten, niet allemaal vervangen zijn. Wat is hier het probleem? Vanaf 2004 is er geen enkele docent informatica à la CODI meer opgeleid. In 2007 werd het consortium opgeheven. Omdat men intussen wel besefte dat fouragering via een jongere groep docenten nodig was, is in 2008 een poging gedaan bij OCW te verzoeken een nieuwe groep docenten om te scholen. Maar diverse universiteiten hadden toen al voorbereidingen getroffen voor een reguliere opleiding tot eerstegraadsdocent informatica. Dus OCW’s antwoord was voorspelbaar. Die opleiding is nu op vijf plekken mogelijk, dacht ik. Dus je zou vermoeden dat hieruit, vóórdat de huidige groep voor het grootste deel het onderwijs verlaten heeft, genoeg aanwas plaatsvindt om informatica als vak in de bovenbouw van het VO te garanderen.

Dat is niet het geval. Slechts mondjesmaat komen er informaticastudenten met de juiste papieren in het VO terecht. Zo heb ik het geluk gehad een “authentieke” vervanger te vinden, die een opleiding in Utrecht achter de rug had en op mijn school verder zijn onderwijsbevoegdheid haalde. Was het met die vervanging maar overal zo gemakkelijk gesteld. Ik kan me voorstellen dat de beginsalarissen die het bedrijfsleven biedt, met de soms exponentiële groei die daarin zit, jonge informatici aanlokkelijker lijken dan de stroperige salarisopbouw in het functiebouwwerk van een school. Van de andere kant biedt een school, zeker wat informatica betreft, een vruchtbare voedingsbodem voor uitstapjes in de boeiende wereld van ict.

De topic van deze blog is dus de vervanging. Nog wat cijfers: de enquête die ik in juni/juli van 2010 onder informaticadocenten heb gehouden, leverde onder meer het volgende op. Er deden 105 m’s mee en 13 v’s (waar hebben we die verhouding eerder gezien?).  Gemiddelde leeftijd: 51½ jaar (tegenover 45 in het VO in het algemeen). Directies combineren geregeld klassen om het betaalbaar te maken. 20% van de huidige groep zal binnen vijf jaar vertrokken zijn; 80% binnen tien jaar. Meer dan 40% van de respondenten denkt dat de directie het vak zal opheffen als er geen vervanging van docent plaatsvindt. Heb je dat wel eens van Engels of wiskunde gehoord? In bijna 70% van de gevallen staat een docent informatica er alleen voor op zijn school.

deel 5