© René Franquinet (2012-2016)    Ontworpen in Serif WebPlus     info@questionit.nl


Question it
Question it

Informatica, wie weet wat het is?  (slot)


(juni 2011)

Uit de vorige blogs zou je kunnen opmaken dat het niet zo goed gesteld is met het vak informatica. Ik heb daar al opmerkingen over gehad en kan alleen reageren met: het ziet er echt niet zo rooskleurig uit als je zou willen. Misschien gaat het op je eigen school prima en merk je niets van dreigende afschaffing van je vak, het is goed als we even stilstaan bij problemen die voorlopig even buiten ons gezichtsveld liggen. Informatica in de bovenbouw is in ieder geval kwetsbaarder dan veel andere vakken. Als een school het vak informatica opheft omdat de enige docent afscheid neemt of omdat de school een andere vlag wil dragen, moet je serieus gaan nadenken over versterking van het vak en op een goede manier oppositie voeren.

Er zijn de laatste jaren initiatieven genomen die het tij drastisch kunnen keren. Er wordt momenteel door enige grondleggers van CODI campagne gevoerd om informatica bij officiële instanties als belangrijk vak onder de aandacht te brengen. Komisch eigenlijk, omdat de argumenten die nu gebruikt worden, niet veel verschillen van die welke het vak eind jaren negentig hebben doen ontstaan! We zullen de resultaten van die inspanningen afwachten.

Concreter zichtbaar zijn de regionale en nationale bijscholingen  of cursussen die aangeboden worden om je ofwel bij de ict-tijd te brengen of je kennis up-to-date te maken. Een bekende is die van de UvA en VU, min of meer gericht op de regio Amsterdam, waarbij volgens een goed opgezet plan wekelijks bijscholing plaatsvindt. Twee (contact)uren per week gedurende twee jaar, dat zet zoden aan de dijk. De bijscholing vindt plaats op een soort van co-financieringsbasis: de school stelt uren beschikbaar en de universiteit neemt begeleidingskosten voor haar rekening. Ik zie dit als een van de betere pogingen om de docent informatica structureel te steunen in zijn beroepskwalificatie. Deskundigen van UvA en VU begeleiden docenten in dit bijscholingstraject, dat dus stevig gefundeerd is. Volgens goed gebruik kan een docent 10% van zijn beschikbare tijd (betaald) besteden aan bijscholing. Dat zouden dus 160 uur moeten zijn (maar het is afhankelijk van de betrekkingsomvang). De scholing van de UvA/VU vraagt 36x2=72 te financieren uren per jaar. Omdat ruim van tevoren bekend is, wanneer de docent wekelijks bijgeschoold wordt, zou je dit dus als een gemakkelijk te organiseren bijscholing kunnen beschouwen.

Er zijn nog meer bijscholingen bezig, zoals aan de TU Delft. Nijmegen en Eindhoven bereiden eveneens bijscholingen voor die een duurzamer karakter hebben. Regionale bijeenkomsten en docentendagen vinden daarnaast geregeld plaats. De Vereniging i&i houdt al sinds jaar en dag vier maal per jaar bijeenkomsten die elk jaar weer anders ingevuld worden. Deze hebben echter niet het karakter van structurele bijscholing.


… vervolg