© René Franquinet (2012-2016)    Ontworpen in Serif WebPlus     info@questionit.nl


Question it
Question it

Meisjes en computers


(dec. 2010)

De combinatie meisjes en computers is niet vreemd. Maar heb je het over “computer science”, algemene kennis over de ins en outs van de werking van computers en digitale communicatie, dan zie je meisjes daar toch minder belangstelling voor hebben. Wat is er aan de hand? Meisjes hebben echt geen computerfobie. Vanaf hun 7e gebruiken ze computers ongeveer even vaak als jongens. Ook hun prestaties in rekenen en de meer bèta-achtige vakken zijn even goed als die van jongens. Wat is het dan dat hen afkerig maakt van technologie zodra ze een keuze moeten maken in de bovenbouw van het VO of tegen de tijd dat ze een vervolgstudie gaan doen? Sommigen denken dat het meer te maken heeft met wat je techno-cultuur zou kunnen noemen dan met technologie. Meisjes zijn vaak snel uitgekeken op de manier waarop technologie gepresenteerd wordt. De woordenbrij die komt kijken bij advertenties voor computers, notebooks en dergelijke, lijkt de indruk te moeten geven dat het om hoogwaardige technologie gaat. Jongens willen daar graag in geloven, vaak kunnen ze je er zelfs meer van vertellen dan er gedrukt staat. Is het overklokken van een processor van 2,8 GHz tot 3,3 GHZ pseudo-machogedrag of gewoon het uitbuiten van technische mogelijkheden? Meisjes interesseert zoiets helemaal niet. Het gaat hun in de eerste plaats om wat je met digitale media (waar de pc dus ook bij hoort) kunt doen.

Zij zetten als hoogste prioriteit op hun digitale wensenlijstje dat je goed moet kunnen communiceren met een pc. De C van ICT heeft hun volle aandacht. Wordt de computer dus ingezet in allerlei vakken omdat het ding simpelweg makkelijker en meer communicatie mogelijk maakt, dan heb je de meiden erbij. Zo zie je ook bij games dat het probleem oplossende type meer in de aandacht staat bij meisjes. Het liefst zien ze in zulke games realistische scènes en personages. Het proces, de wijze waarop het verhaal zijn voortgang vindt, vinden ze interessanter dan de score die je kunt behalen. Het ontdekken lijkt belangrijker dan het verzamelen van punten.

Ik wil het niet zo boud stellen dat het daarom misschien beter is in informaticalessen meisjes apart te nemen, er een aparte groep van te maken, zodat ze zich niet zo snel “overruled” voelen door jongens. Het is roostertechnisch en getalsmatig niet altijd te realiseren. Toch heb ik zo’n experiment een jaar mogen doorvoeren met 16-17 jarige meisjes in de bovenbouw van het VWO. Het resultaat was dat ze zich inderdaad veel minder geremd voelden in de aanpak van soms ook technisch hoogstaande it-problemen. Programmeren, voorheen toch altijd het domein van jongens, werd enthousiaster omarmd dan ik eerder meegemaakt had. Meisjes blijken elkaar ook eerder te helpen. Samenwerken ligt hen beter en de computer is daar heel geschikt voor.

Minder nadruk op de T en meer op de C van ICT zal meisjes eerder ertoe brengen iets te gaan doen in hogere ict-opleidingen. Omdat een schoolpopulatie meestal voor de helft uit jongens en de helft uit meisjes bestaat, zal die T ook wel aan zijn trekken komen. De I van ICT mag je “gender-inclusive” noemen.