© René Franquinet (2012-2016)    Ontworpen in Serif WebPlus     info@questionit.nl


Question it
Question it

De vele facetten van ict in onderwijs


(okt. 2010)

Je kunt met ICT in het onderwijs vele kanten op. Het kan praktisch gezien in eerste instantie goed assisteren bij het maken en ontwikkelen van schoolproducten. Wil je een verslag maken, dan gebruik je pc of laptop om het te ontwerpen. Daarbij zijn plaatjes, grafiekjes, uitslagen van practica, zelfs ge-hyperlinkte media, gemakkelijk in te bouwen. Desnoods maak je er een animatie van. Tien jaar geleden zag je nog dat docenten, vaak zelf niet zo best op de hoogte van de mogelijkheden van ict en digitale communicatie, zwaar onder de indruk waren van de gelikte en gestroomlijnde, in kleur afgedrukte werkstukken van de jonge mensen die weet moesten krijgen van hun vak. Niet zelden zullen deze jonge mensen aangevoeld hebben dat een fraai uiterlijk van hun eindproduct de inhoudelijke beoordeling kan beïnvloeden. Wie haalt het tenslotte in zijn hoofd een 5 te geven voor een werkstuk van een 15-jarige dat er prachtig uitziet, maar inhoudelijk nogal wat steekjes laat vallen? Maar die toegeeflijkheid is, naar ik in wandelgangen telkens meer waarneem, nogal verminderd. En terecht. Je moet je doelen wel duidelijk stellen.

Als je nagaat waar ICT in het onderwijs overal in en voor gebruikt kan worden, kom je  tot verrassende ontdekkingen. Bovengenoemd voorbeeld is een voor de hand liggend. Maar er zijn vele vakken waarin ICT niet alleen een assisterende maar ook een inhoudelijke rol kan spelen. Als je grafische programma’s gebruikt om metingen of verzamelingen van data in kaart te brengen, kan de pc verbanden aantonen die je menselijkerwijs soms niet ziet. Zijn het veel gegevens, dan schiet de mens nogal eens tekort. Foutjes zijn zo gemaakt, computers zijn erop gemaakt geen fouten te maken. Neem het maar van me aan: computers zijn feilloos, alleen software faalt en de mens die de software bedient.

Zo kunnen alle talen digitale hulp gebruiken bij het leren van woordjes en idioom, maar ook bij het controleren van uitspraak. Dat zijn trouwens ook wat saaie bezigheden, hoewel belangrijk en voor een goede beheersing noodzakelijk. Waarom dus de hulp van de computer niet erbij gehaald? De beroemde Steen van Rosetta serie voor vrijwel alle bekende talen, maakt dat duidelijk. Inhoudelijk helpt de pc dan vaak door woordassociaties aan te geven: je verwerft er een brede woordenschat mee. Het bijhouden van resultaten, vaak tijdrovend voor een docent, wordt door de eenmalig betaalde assistent, de pc, bijgehouden. Voortgang en differentiatie worden geregeld door de software.  

Als zakelijke vakken als aardrijkskunde en geschiedenis nog zonder pc werken, dan mag je je wel eens achter de oren krabben. Er is zoveel materiaal, gefilterd en ongefilterd, op internet aanwezig, dat een docent al beperkingen moet opleggen in plaats van de leerlingen in een “mer à boire” te laten verdrinken. En daar heb je dan ook de nieuwe taak van de docent: leren hoe je die media moet gebruiken en hoe je gegevens op waarde moet inschatten of beoordelen.

Vakken als biologie, scheikunde, natuurkunde, wiskunde kunnen ook al bijna niet meer zonder pc. Ook beeldende en creatieve vakken ontdekken de processorkracht van de pc. Multicore processoren doen hier wonderen.

Leraren maatschappijleer en levensbeschouwing zouden de samenwerkingsmogelijkheden, nationaal en internationaal, van digitale media standaard in hun opleiding moeten meekrijgen.