© René Franquinet (2012-2016)    Ontworpen in Serif WebPlus     info@questionit.nl


Question it
Question it

Iets naar het rijk der tweets verwijzen


(nov. 2011)

Toen twitter pas begon en de early adopters er al meteen hoog van opgaven, had ik er geen (t)weet van. Je hoorde wel het begrip twitter en het had iets met tsjilpen te maken. Het leek allemaal gezellig en chatterig, maar je kunt zien dat tweets heel nuttige dingen kunnen doen. Beroemdheden (sorry: celebrities) gebruiken het als brandingkanaal, ze kunnen er hun merknaam in kwijt. Dat kun je zien aan het aantal followers dat ze hebben. Maar als je 100.000 followers hebt en er zelf 10 aan het volgen bent (waarschijnlijk familie en naasten) dan is de categorie social medium waar twitter onder valt, een eufemisme. Probeer je eens voor te stellen wat je twitterscherm doet als je 500 tweeps volgt. Knipper even met je ogen en er staan al weer tien nieuwe tweets. En je eigen hoogst originele tweets worden natuurlijk ook door steeds minder mensen gezien. Zij moeten namelijk in diezelfde seconde toevallig naar hun scherm kijken. Met als gevolg, inderdaad, dat het steeds meer broadcasten wordt, mensen roepen, maar reageren niet meer.
Het medium zou wel eens aan zijn succes ten onder kunnen gaan. Maar met tweets kun je heel nuttige dingen doen: je auto is gestolen en je twittert gauw merk, kenteken en kleur door (RT please!); je vraagt om een recept voor pruimentaart, je ziet iets ernstigs gebeuren en twittert daarover (waarschijnlijk sneller dan de pers), goed gekozen hashtags kunnen een bron van nuttige informatie opleveren. En toegegeven: ik bekijk tweets graag als ik niks te doen heb. Ook tijdens saaie presentaties kunnen ze je wakker houden. Ze zijn dan als de kleine advertenties in het plaatselijke sufferdje: een kleurrijke verzameling van mededelingen met links en al of oproepen, waar je niet al te snel op moet reageren. Soms moet je ze ook naar het rijk der tweets verwijzen.