© René Franquinet (2012-2016)    Ontworpen in Serif WebPlus     info@questionit.nl


Question it
Question it

Informatica in de marge?


(sept. 2014)

In het Lorentz Center in Leiden heb ik een internationale werkweek bijgewoond met de titel Computing in Secondary Education. Uiteindelijk is niet zozeer gesproken over hoe je informatica in de Tweede Fase zou kunnen verbeteren, maar vooral over hoe er met ict-onderwijs in Europese context wordt omgegaan. Nou, dat valt niet mee. Ook blijken er verschillen van inzicht in de aanpak van informatica in diverse landen te zijn. Voor ons informatica wordt ook wel het begrip Computer Science gebruikt; een begrip als Computational Thinking is ook in opmars: zie mijn ICTeaser met die naam van jan. 2013. Het laatste begrip heeft als voordeel dat het laat zien dat nu veel problemen gezien kunnen worden als problemen die logisch en digitaal kunnen worden opgelost. En dat kan van taal tot wiskunde zijn, je kunt het zo gek niet bedenken.

De meeste landen zitten met een tekort aan informaticadocenten, bevoegd of onbevoegd. Nederland heeft op papier weliswaar bevoegde informaticadocenten in de bovenbouw, maar geleidelijk aan neemt het aantal onbevoegden toe omdat er geen bevoegde docenten te vinden zijn. Schrijnend in dit geval is wel dat de leerlingen het vak graag volgen en als je het in bredere zin wilt uitbreiden tot de hele middelbare school: dat ze graag veel willen weten over ict en alles wat daarbij komt kijken. De zucht naar digitale geletterdheid is groot. Kent u nog een ander vak waar veel belangstelling voor is, maar weinig docenten beschikbaar voor zijn? Een regering zou dit niet moeten toestaan en dit niet aan “marktwerking” moeten overlaten.

Het is dus op zijn minst problematisch te noemen dat een vak dat leerlingen graag willen volgen, niet altijd te geven valt. Dat heeft ook te maken met de onderschatting, ik zou zelfs willen zeggen geringschatting die het vak meemaakt, bij de niet-ingewijden. Als je een werkweek-groep die over informatica praat, bezig hoort en ziet, ervaar je het als logisch dat de neuzen vrijwel allemaal in één richting staan: doe er iets aan en doe het goed. Vaak ook blijkt een ministerie van onderwijs daarvan op de hoogte, maar het doet er weinig aan. Er iets aan doen betekent namelijk dat je geld moet vrijmaken om het te verbeteren, bijv. meer docenten aanstellen, meer uren toekennen, goede opleidingen verzorgen.

In een moment van vertwijfeling denk je dan: de wal zal het schip wel keren. Maar dat doemscenario mogen we niet accepteren. De situatie van met name Nederland is schrijnend: uitstroom van docenten en nauwelijks aanwas. De werkweek zal leiden tot een advies aan de KNAW (Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen) die dit zal overbrengen aan het Ministerie van Onderwijs.

Het is nog niet te laat.